Top
Museum fatigue: 5 tips - Irene van Krieken
fade
4726
post-template-default,single,single-post,postid-4726,single-format-standard,eltd-core-1.1.1,flow-ver-1.3.7,,eltd-smooth-page-transitions,ajax,eltd-blog-installed,page-template-blog-standard,eltd-header-vertical,eltd-sticky-header-on-scroll-up,eltd-default-mobile-header,eltd-sticky-up-mobile-header,eltd-dropdown-slide-from-top,eltd-dark-header,eltd-header-style-on-scroll,wpb-js-composer js-comp-ver-5.2.1,vc_responsive

Museum fatigue: 5 tips

Ken je het gevoel dat je hoofd gewoon té vol raakt van alle indrukken wanneer je in een museum rondloopt? Dat gevoel dat optreedt wanneer je concentratie op is, je aandacht verslapt en je braaf nog van schilderij naar beeldhouwwerk loopt zonder er nog echt iets van mee te krijgen? Dan ben je slachtoffer geworden van ‘museum fatigue’: de psychische of fysieke vermoeidheid die optreedt bij het bezoeken van musea. 

 

 

Museum fatigue: an admitted evil

 

‘Museum fatigue’ klinkt misschien als een typisch 21e eeuwse aandoening, maar is het allerminst. Benjamin Ives Gilman introduceerde de term al in 1916. Hij deed onderzoek naar het fenomeen, wat hij omschrijft als ‘an admitted evil’ (Gilman, 1916). Bij zijn onderzoek focuste hij vooral op de lichamelijke inspanning die bezoekers moesten doen. Hij gaf een “intelligente man met goede ogen, gewend aan musea en hun objecten” verschillende opdrachten. De deelnemer moest bijvoorbeeld iets beschrijven, iets lezen of iets gedetailleerd bestuderen. Vervolgens legde Gilman vast welke houdingen de man aannam om de kunst echt goed te kunnen bekijken.

 

 

Museum fatigue

Gilman merkt in zijn artikel op dat de ‘ideale bezoeker’ (de bezoeker die alles wil zien én begrijpen) een buitensporige fysieke inspanning moet verrichten. Hij concludeert bezorgd:

“Zelfs de meest geharde bezoeker zal zich niet lang in de bochten wringen die nodig zijn voor enig begrip van wat we hem tonen. Na een korte eerste inspanning zal hij zich hierbij neerleggen en praktisch alles met een onvolkomen en voorbijgaande blik zien.” (p.62).

 

 

Recenter onderzoek

 

Ook meer recent is er onderzoek gedaan naar museum fatigue. Davey (2005) zette verschillende onderzoeken op een rijtje en kwam tot de volgende conclusie: hoe langer je binnen bent, hoe minder geïnteresseerd je bent in wat je ziet. Dit treedt gemiddeld al na 30 minuten op, vooral wanneer je meerdere kleine ruimtes of verschillende tentoonstellingen achter elkaar bezoekt. Mensen hebben daarnaast de neiging steeds harder te lopen, minder lang te kijken en ook minder rust te nemen. Museum fatigue is een voorspelbaar fenomeen, het treedt op bij musea en tentoonstellingen in het algemeen. In hoeverre museum fatigue optreedt, wordt volgens Davey bepaald door een combinatie van factoren die deels bij de bezoeker liggen (cognitieve en fysieke kwaliteiten, individuele kenmerken), deels bij de omgeving (hoe is de tentoonstelling opgebouwd?) en deels bij de interactie tussen beide.

 

 

Hoe voorkom je museum fatigue?

 

Gilman gaf in 1916 al tips aan musea om museum fatigue te voorkomen. Zo raadde hij bijvoorbeeld aan om voorwerpen op ooghoogte te laten zien, zodat de bezoekers minder moeite hoeft te doen om te zien wat hij wil zien. Je kunt je voorstellen dat musea tegenwoordig met alle moderne middelen nog meer doen om de bezoeker te blijven boeien. Toch blijven we gewoon mens met alle beperkingen die daarbij horen, dus museum fatigue is niet te voorkomen. Kun je zelf iets doen om er slimmer mee om te gaan?

 

 

Even resetten

Soms zijn er kunstenaars die je meehelpen in de strijd. Eerder bezocht ik de expositie ‘Change the System’ in het Boijmans van Beuningen. Hier was een soort gang gebouwd waar je in het pikdonker doorheen moest lopen. Het idee daarbij is dat het goed is om af en toe te ‘resetten’. In het leven, maar ook in een museum dus. Je ogen letterlijk even rust te geven, even niet te hoeven focussen. Donkere tunnels zijn niet altijd voorhanden, maar er is niks mis met even pauzeren op een stoel of bankje. Mijn tip: doe vooral iets dat niks met het museum te maken heeft: neem je oordopjes mee en luister een muziekje, maak een boodschappenlijstje… stap er even uit. Soms heeft een museum zo’n klein filmzaaltje waar een korte documentaire wordt vertoond. Ideaal! Kun je even in het donker zitten, en opletten op wat vertoond wordt? Volkomen optioneel.

 

Maak foto’s en aantekeningen

Wat ik vaak doe in musea, is me niet teveel verdiepen in elk detail van het verhaal achter de kunst. Ik probeer vooral waar te nemen, een eerste indruk te krijgen, mijn eigen verhaal te bedenken. Wie de kunstenaar is en wat hij wilde zeggen vind ik bij de eerste paar werken nog wel interessant, maar onthouden kan ik het toch nauwelijks. Geldt dat voor jou ook? Neem dan foto’s en maak aantekeningen. Thuis kun je op je eigen tempo, in alle rust verder op zoek gaan naar de kunstenaars en achtergronden.

 

Houd het klein

Je kunt in plaats van zoveel mogelijk zien, ook juist de kracht zoeken in het bestuderen van een enkel werk. Lees je vooraf in of pak je telefoon erbij en verdiep je alleen in dat ene werk. Lees over de kunstenaar, de periode, de gebruikte technieken, vraag een medewerker om toelichting. Er bestaat zelfs een hele beweging rondom deze manier van kunst beleven: Slow Art’. Er is elk jaar een ‘Slow Art Day’ (de eerstvolgende is op 4 april 2020), maar bijvoorbeeld het Stedelijk Museum Schiedam biedt deze vorm van kunst ervaren elke maand aan. Ik heb er nog geen ervaring mee, mocht jij dat wel hebben, dan hoor ik graag hoe je het vond!

 

Zoek een thema

Ik was in de zomer in het Deutsch Historisches Museum, wat ik een fantastische plek vond, maar gróót! Omdat ik niet snel terug zou kunnen komen wilde ik toch zo lang mogelijk kunnen genieten van alles wat er te zien was, en daarom koos ik een thema. Ik besloot alles rond politieke ontwikkelingen te volgen en andere onderwerpen links te laten liggen. Zo creëer je als het ware je eigen rode draad en maak je een grote expositie behapbaar.

 

 

Als je het echt niet meer weet of een ernstig geval van museum fatigue te pakken hebt: doe een dutje. Ik zou er zelf niet aan beginnen, maar volgens de pagina ‘people sleeping in museums’ blijken er toch regelmatig mensen aan deze coping strategie te doen.

 

 

Bronnen:

Gilman, B. I. (1916). Museum fatigue. The Scientific Monthly. 2(1), pp. 62-74. 

Davey, G. (2005). What is museum fatigue? Geraadpleegd 01-10-2019 van http://kora.matrix.msu.edu/files/31/173/1F-AD-260-8-VSA-a0a5y5-a_5730.pdf. 

 

 

Elke maand wat inspiratie ontvangen op het gebied van kunst en creativiteit? Sluit je dan aan bij mijn mailinglist!

 

No Comments

Post a Comment