Top
mandala zentangle

Imperfectie: eigenlijk best mooi – over onzuiverheid, van je fiets vallen en Japanse wijsheden

Ik zat aan tafel, omringd door grote vellen wit papier, een heleboel zwarte pennen en een potlood. Passer en geodriehoek lagen in de aanslag. Helemaal klaar was ik ervoor: ik stond op het punt om de allermooiste mandala te tekenen die ooit iemand gezien heeft. Zo één dat wanneer je er naar kijkt, de zon gaat schijnen en een 80-koppig orkest begint te spelen. Perfectie tot in elk detail. Je moet de lat ergens leggen toch?

 

En toen ging het vreselijk Fout

Ik zette met potlood de hulplijnen neer en begon aan de mandala. Het lastigste deel moest ik meteen in het begin doen, en dat ging nét niet helemaal naar mijn zin. Geeft niks: nieuw vel papier (kwam net bij Harolds vandaan dus genoeg op voorraad) en een nieuwe start. Dat gebeurde nog een paar keer, maar daarna (poging 6? 7?) lukte het boven verwachting. Dit ging hem worden! Ik hoorde de muziek al aanzwellen. Tot ik in mijn enthousiasme over al het geweldige dat ik aan het maken was, een Fout maakte. En dan geen lijntje dat een beetje scheef zit, een beetje een wiebelig cirkeltje of iets in die trant, maar een Fout. Met een hoofdletter. Een ‘niet-meer-te-herstellen-komt-nooit-meer-goed-Fout’. Ik kan me voorstellen dat je heel goed moet kijken naar de foto om het te zien (en het misschien dan nog niet ziet), maar hij is herkenbaar aan de rode, knipperende pijl erboven. Tenminste, in mijn hoofd. Een Fout, letterlijk zwart op wit, midden op het papier.

 

Imperfectie is prachtig, maar ja…

Mijn eerste reactie was stevig vloeken en op zoek gaan naar nieuw papier, maar meteen daarna bedacht ik dat ik eigenlijk niet zoveel zin had om wéér helemaal opnieuw te beginnen. Het plezier begon me een beetje te vergaan. Ik besloot toch door te gaan met waar ik mee bezig was. Twijfelend, want zal je zien: dan ben je straks een paar dagen later klaar en blijkt het toch echt helemaal verpest door de Fout die je in het begin al maakte. Terwijl ik bezig was, zat ik een beetje te mijmeren over de ‘vloek’ van (im)perfectie. Hoeveel imperfectie ‘mag’ er eigenlijk in een tekening zitten? Wanneer is het nog binnen de perken en wanneer niet meer? Wanneer kun je iets officieel als Mislukt beschouwen? Rare vragen. Een wijs iemand zei ooit tegen me: “perfectie, dat is zó óngelooflijk saai!”. Ik knikte enthousiast, maar zat me een dag later alweer te vergapen aan op het oog perfecte creaties op Pinterest en Instagram.

 

Zwart op wit

Ik bedacht me dat die noodzaak voor perfectie te maken zou kunnen hebben met het blijvende van beeldende kunst. Zeker het werken met inkt zorgt ervoor dat alles wat je doet, letterlijk zwart op wit op papier komt te staan. Je wordt blijvend geconfronteerd met alles wat niet perfect is en dat geldt al helemaal wanneer je er met je neus bovenop zit. Dat is niet bij alle

kunstvormen zo. Als muzikant probeerde ik natuurlijk ook zo goed mogelijk te spelen, maar je weet tegelijkertijd dat perfectie volkomen onmogelijk is. Wat daarbij helpt, is dat de klank zelf ‘vluchtig’ is: heel tijdelijk. Aan het eind van een concert onthoud je niet de losse, al dan niet perfect uitgevoerde elementen: je onthoudt de emotie die de muziek opriep. Die emotie wordt niet opgeroepen door perfecte, ‘cleane’ uitvoeringen, maar door de interpretatie van de muzikanten: de manier waarop ze leven brengen in wat op papier staat. Perfectie staat daar lijnrecht tegenover.

 

Slechte excuses

Al tekenend bedacht ik dat dat verschil tussen ‘blijvend’ en ‘vluchtig’ helemaal niet relevant is, want tijdens het muziek maken had ik ook een bloedhekel aan fouten maken. Ik was de laatste die tijdens een overgangsexamen op het conservatorium dacht ‘oe, een beetje onzuiver of onritmisch, maar dat geeft niks’. Daarbij kun je een tekening ook gewoon bij het oud papier mikken en er nooit meer naar kijken. Wat meer het geval lijkt: net als bij muziek heb ik bij beeldende kunst hele andere standaarden voor mezelf dan voor anderen. Ik kan prima uitleggen waarom muziek juist zo mooi is wanneer het niet perfect is. Hang 20 schilderijen op een rij, en degene die me het meest raakt is nooit de meest technisch perfecte uitvoering. Ook hier júist niet: de imperfecties brengen het werk tot leven. Toch is zelf ‘fouten maken’ moeilijk. Of tenminste: ze accepteren is moeilijk.

 

Expres fouten maken

Er zijn kunstenaars die expres fouten maken. Zo geloven de Dineh (Navajo) dat je als mens sowieso niet naar perfectie moet streven. Dit is zinloos, want alleen god is perfect. Om deze reden maken ze in de traditionele kleden die ze produceren, altijd een duidelijk zichtbare weeffout. Ze zijn zo overtuigd van de noodzaak tot imperfectie, dat ze wanneer perfectie in de buurt dreigt te komen, actief voorkomen dat ze dit bereiken.

 

Wabi Sabi

De Japanners hebben een term die hier prachtig bij past: wabi sabi. Wabi sabi is een esthetisch principe dat uitgaat van de schoonheid en melancholie in dingen die imperfect, tijdelijk en incompleet zijn (Juniper, 2011). Schoonheid en melancholie zijn als de natuur zelf: asymmetrisch, imperfect en vergankelijk. Uitgangspunten zijn bijvoorbeeld de aandacht voor menselijkheid, eenvoud en terughoudendheid. Andrew Juniper (2011) zegt hierover: “Wabi sabi art challenges us to unlearn our views of beauty and to rediscover the intimate beauty to be found in the smallest details of nature’s artistry”. Het kan daarbij gaan om hele simpele dingen: een steen waar een stukje vanaf is geslagen bijvoorbeeld en die daardoor nog meer schoonheid heeft gekregen. Iets dat kapot is gegaan kan soms prachtig zijn, Google bijvoorbeeld maar op de eveneens Japanse term ‘kintsukuroi’. Het wabi sabi principe staat lijnrecht tegenover het overmatig de nadruk leggen op intellect, het zoeken naar aanzien en gekunsteldheid.

 

Imperfectie leidt tot mooie verhalen

Los van dat imperfectie prachtig kan zijn, levert het vaak ook interessantere verhalen op dan perfectie. Zo fietste ik ooit met teveel haast weg van huis, met mijn basklarinet in een zware koffer op mijn rug en aan elke kant van mijn stuur een tas. Ondertussen probeerde ik of het lukte om het juiste liedje op mijn mp3-speler op te zoeken en tegelijkertijd tussen twee hekjes door te fietsen. Nee, dat lukte niet. Die imperfectie (want te laat vertrokken, te weinig geduld gecombineerd met wat zelfoverschatting) kost je wat schrammen en een halve hersenschudding, maar het is wel een leuker verhaal dan “vanochtend fietste ik naar de stad en er gebeurde niets bijzonders”.

 

mandala zentangleSchoonheid van imperfectie

Inmiddels is de mandala ‘klaar’ (hoewel dat me een term lijkt die niet bij de wabi sabi gedachte past) en ik begin zowaar de schoonheid van de ‘fout’ (zie, zonder hoofdletter én met aanhalingstekens) een beetje te zien. Hij hoort bij de tekening, hoort bij het maakproces. Of het nu iets toevoegt aan de tekening of juist afbreuk doet, voor mij zelf is de tekening een stuk betekenisvoller geworden.

Daarbij: hij heeft nog een mooi verhaal opgeleverd ook.

 

Bron:

Juniper, A. (2011). Wabi sabi, the Japanese art of impermanence. Clarendon, Vermont: Tuttle Publishing.

No Comments

Post a Comment